Sportvissen.
| 'Sport'vissen, één worden met de natuur. Rustig ontspannen naar je dobber kijken, en af en toe een vis
binnenhalen. Lekker in het 'leefnet' bij de anderen, en als de dag voorbij is, gewoon weer vrij laten
in het water waar ze thuis horen. Klinkt wel leuk maar wat is de praktijk? Meestal hoor je mensen
zeggen dat vissen geen pijn kunnen voelen, maar is dat wel waar?
Verschillende onderzoeken tegenwoordig hebben aangetoond dat vissen wel degelijk pijn voelen. Het 'haken' van de vis waarbij een stalen haak door de bek van de vis wordt geslagen, waarna deze vaak met veel geweld aan de kant wordt gehesen, veroorzaakt veel pijn en stress. Stel je voor, de mond (lippen) van een vis zijn zijn gevoeligste organen. Hier zoekt, proeft en eet de vis mee. Uit de onderzoeken van de Nederlandse onderzoeker John Verheijen en zijn medewerkers blijkt vooral dat de vissen die binnengehaald werden met een strakke lijn, lange tijd nadat ze vrij waren gelaten nog steeds niet aten. Ook de behandeling van de vissen nadat ze gevangen zijn is belangrijk voor de overleving van de vis. De slijmlaag die om de vissen heen zit is een belangrijk deel van hen. Het is een waterdichte laag die hen beschermt tegen de kou en ziekte makende bacteriën die in het water voorkomen. Door de vis met droge handen aan te pakken, soms zelfs met een handdoek, beschadigt de slijmlaag dermate dat de vissen grote hinder ondervinden van de vangst. Ook de vissen in een zogenaamd leefnet houden beschadigt de slijmlaag.
Het vissen met levend aas is een verhaal op zich. Hier worden vaak kleine aasvisjes (bijv voorn) gebruikt als aas voor de grotere jagers als paling of snoekbaars. De aasvisjes krijgen een grote haak door hun rug geprikt, of via hun mond naar binnen, en via een van de ogen weer naar buiten. Daarna worden deze van de pijn spartelende visjes weer aan de hengel het water in gegooid. Het visje wil weg van de pijn en de haak, en begint in paniek rond te zwemmen. Dit trekt vaak de aandacht van de roofvis die een aanval op het prooidier waagt. Het kleine visje dat geen kans heeft te schuilen omdat hij aan een haak en lijn vastzit wordt opgegeten, waardoor voor de grote vis de problemen nu pas beginnen. Omdat hij erg groot, lekker of bijzonder is, is de kans dat de visser zijn trofee mee naar huis wil nemen. Dit om hem te eten, dan wel aan zijn vrienden en familie te laten zien wat voor een groot jager hij is. Zodra de vis binnengehaald is, wordt hij in een plastic zak gegooid, en sterft een langzame verstikkingsdood, of men probeert met veel geweld door middel van een steen de hersens van de vis kapot te slaan. Of hem net zolang tegen een boom aan slaan tot hij dood is. Ook worden ze levend opengesneden of onthoofd.
Met de paling gaat het bijzonder slecht op dit moment. Niet alleen in Nederland, maar ook wereldwijd! Onderzoeken van het RIVO (Rijks Instituut voor Visserij Onderzoek) laten zien dat intrek van de palingen in Nederland in 2001 nog geen 2% van die in de beginjaren '80 te zijn! Lees hoe Animal Frontline, samen met nog 14 andere organisaties actie voert tegen de Nederlandse Kampioenschappen Palingroken in Kortenhoef.
Het zijn niet alleen de vissen die te lijden hebben onder de grote schare sportvissers. De dieren om het water heen, en ook het milieu lopen vaak grote schade op. Complete rietkragen, die weer broedplaatsen vormen voor watervogels, worden platgetrapt voor een lekker plekje met de hele familie. Hele takken van bomen gerukt om een visstandaard te maken. En bovendien denken veel vissers dat het noodzakelijk is om al hun rotzooi achter te laten als ze vertrekken. Bierblikjes, lege zakken chips, lege aasdoosjes, kilometers vissnoer en ga zomaar door. Ook het maken van voerplekken de avond van te voren is zeer schadelijk. Vooral in kleinere water waar zeer veel gevist wordt, verzuurt het water hierdoor enorm. Eenden, zwanen en menige andere watervogels sterven jaarlijks doordat ze verstrikt raken in de kilometers achtergelaten vissnoer. Of raken ernstig gewond door dat ze haken of ander vismateriaal inslikken. Vaak kunnen ze hierdoor niet meer eten, en sterven ze een langzame hongerdood.
Aquarium vissen gaat het vaak ook niet best af. Het ziet er vaak schitterend uit zo een mooie ingerichte bak, compleet met rotsen, planten, luchtbelletjes en natuurlijk de prachtigste siervissen. Maar heb je je wel eens afgevraagd hoe die vissen in die bak komen? Neem nou bijvoorbeeld eens een simpele goudvis. Deze worden in Nederland (vanwege de productieprijs) slechts op zeer kleine schaal gekweekt, en worden daarom o.a. geïmporteerd vanuit Azië, de USA, Israël en Italië. Daar begint het in de kweekvijvers, als de vissen op maat worden gesorteerd. Hierbij liggen de vissen op een lopende band, en worden uitgezocht op grote, waarna ze naar verschillende bassins worden gebracht. De exportvissen worden vanaf nu niet meer gevoerd. Als er een bestelling binnenkomt vanuit het buitenland, worden de vissen uit de bassins geschept, en overgebracht naar bakken waar het water binnen een paar uur wordt afgekoeld tot z'n 4 graden Celsius. Dit wordt gedaan omdat koud water meer zuurstof kan opnemen dan warm water, en om de vissen iets te verdoven zodat ze rustig blijven. Hierna worden de vissen verpakt in plastic zakken, variërend tussen de 5 en de 20 liter. In een 20 liter zak gaan 1000!! goudvisjes van z'n 4 a 7 centimeter. De goudvis is in staat om als het zuurstofgehalte in het water daalt, zijn stofwisseling te vertragen, en zuiniger om te gaan zijn energie. Dat is ook een reden om de vissen als ze uit de eerste kweekvijvers komen niet meer te voeren. Als al die afvalstoffen in de kleine zak met water zouden komen, zouden de vissen sterven. Vandaar dat ze het soms weken zonder voer moeten stellen. Zijn de zakken gevuld, wordt er zuurstof bijgevoegd, en worden ze in dozen verpakt om op het vliegtuig te gaan. Als de vissen eenmaal in land van bestemming zijn aangekomen, gaan ze naar een groothandel. Die acclimatiseert de vissen, verwijdert de zieke en dode dieren die de reis niet overleefd hebben. Vanuit hier gaan we weer terug naar het begin. Bij een bestelling worden de vissen gevangen, verpakt, verzonden, weer geacclimatiseerd, weer gevangen, ingepakt en vervoerd. Nu is de vis eindelijk bij u thuis aangekomen. Hopelijk laat u hem ook acclimatiseren, en wacht hem een mooie gefilterde vijver. Met een beetje pech wordt hij in een rond kommetje gegooid, met wat koud water en een paar steentjes op de bodem. Veel goudvissen leven dan ook niet lang.
In steeds meer restaurants en winkels zie je ze in allerlei vormen en afmetingen staan: de goudviskom met daarin een of meer goudvissen. Je ziet ook halve goudvissenkommen, die met de vlakke kant aan de muur zijn opgehangen. Een restaurateur op een beurs in IJmuiden plaatste onlangs op alle tafeltjes een eenvoudig glas met twee goudvissen erin. Bezoekers gooiden er soms bierresten en sigarettenpeuken in. Iedere ochtend werden de dode goudvissen door nieuwe vervangen. Ook in televisieprogramma's komt soms een pontificaal neergezette goudviskom voor. Goudvissen puur als decoratie zijn dus in. De dieren worden echter door hun 'verzorgers' nauwelijks nog als levende wezens ervaren en behandeld, ondanks het feit dat vissen zeer gevoelige dieren zijn. Goudvissen kunnen bij een goede verzorging wel 20 tot 40 jaar oud worden. In hun enge goudvissenkommen houden ze het echter vaak niet langer dan enkele dagen of weken vol. Ruim duizend jaar geleden zijn de Chinezen begonnen met het kweken van goudvissen uit zilverkroeskarpers. Ze werden aanvankelijk in vijvers gehouden, later ging men ze ook in grote aardewerken schalen houden. In de loop der eeuwen zijn goudvissen in talloze vormen gekweekt, over de hele wereld verspreid en steeds populairder geworden. Jaarlijks worden er op de wereld honderden miljoenen goudvissen gekweekt, alleen al in Nederland worden er jaarlijks tussen de 5 en 10 miljoen exemplaren verkocht. Hieruit kunnen we al afleiden dat deze dieren in het algemeen slechts een kortstondig leven beschoren is.
Veel van deze goudvissen komen in een goudvissenkom terecht. Mensen realiseren zich helaas niet dat dit voor de vissen een martelwerktuig is. Wat deugt er niet aan? In de eerste plaats is de goudvissenkom natuurlijk veel te klein. De kom bevat doorgaans maar enkele liters water, grote viskommen bevatten in het beste geval 10 tot 15 liter water. Dat is veel te weinig voor een goudvis, minstens 250 liter nodig heeft! De kleine hoeveelheid water in een viskom dreigt niet alleen snel te vervuilen, maar kan ook snel te warm worden. Een ander nadeel van de viskom is dat door de komvorm het wateroppervlak dat direct met de lucht in contact komt, veel te klein is. Daardoor dreigt voortdurend het zuurstofgehalte van het water te laag te worden. De viskom biedt de goudvissen ook geen interessant en afwisselend leefmilieu, waarin ze zich kunnen oriënteren, verschuilen, afstand tot andere goudvissen kunnen houden en naar voedsel kunnen zoeken. De kom biedt de vis ook nauwelijks bewegingsruimte. Een vis, ook een goudvis, is er op gebouwd om flink te kunnen zwemmen! In een kom kunnen ze alleen maar kleine rondjes draaien. De goudvissenkom is naar het oordeel van deskundigen volstrekt ongeschikt om vissen in te houden. De bioloog en hoofd van het Wilhelma Aquarium te Stuttgart, Dr. Dieter Jauch, schrijft in zijn boek over de verzorging van goudvissen, Goudvissen in Aquarium en Tuinvijver (Tirion Baarn), dat wie "goudvissen in dit soort 'gevangenissen' opsluit, dierenmishandeling begaat".
Het uitgangspunt dient te zijn dat goudvissen zoveel mogelijk naar hun aard gehouden dienen te worden. Een flinke, diepe vijver is dan natuurlijk het best. Maar als we ze in een aquarium houden, dan dienen ze, als ze ongeveer 15 tot 20 centimeter lang zijn, wel over tenminste 250 liter water te beschikken. Dat komt neer op een aquarium van 100x50x50 centimeter. Deze standaardmaat werd nog onlangs in het tijdschrift Het Aquarium aangeraden. Dat is wel wat anders dan de piepkleine viskom! Zolang de goudvissen kleiner zijn, kan ook met een kleiner, maar wel rechthoekig aquarium volstaan worden. Goudvissen zijn sociale dieren en dienen dus niet in hun eentje, maar in kleine groepjes van, volgens deskundigen, ongeveer tien vissen gehouden te worden. Heel belangrijk is verder dat de goudvissen in het aquarium over een interessante, afwisselende omgeving beschikken. Diverse waterplanten, stenen en een zandachtige bodem zijn dan ook absolute vereisten. Goudvissen zwemmen graag in groepjes door het water, waarbij ze voortdurend op zoek zijn naar wat voedsel. Wat ze hierbij heel graag doen is met hun snuit in de bodem wroeten, het zogenaamde grondelen, eigenlijk net zoals varkens dat doen, wanneer ze naar voedsel zoeken. Dit biedt de dieren de noodzakelijke afleiding en beweging en houdt ze psychisch en lichamelijk gezond.
In de allereerste plaats moet de verzorger van goudvissen een normaal aquarium kopen. Dat is wel duurder dan een vissenkom, maar verschaft aan de goudvissen de minimale leefruimte en aan de mensen, die ze houden, ook veel meer plezier. In de tweede plaats heeft de dierenhandel hier een grote verantwoordelijkheid. Zij is het die deze ondeugdelijke viskommen in de winkels heeft en aan de mensen verkoopt. Veel mensen denken ook dat goudviskommen wel goed zijn, omdat ze in de Dierenspeciaalzaak te koop aangeboden worden! De Dierenspeciaalzaken moet dus nadrukkelijk verzocht worden, om die viskommen niet meer aan hun klanten aan te bieden.
De visvangst die op zee gebeurt, is voornamelijk bestemd voor de massaconsumptie. Grote drijvende fabrieken struinen onze wereldzeeën af, op zoek naar scholen vissen om gewapend met enorme vangnetten de zeebodem compleet leegvissen en te vernielen. De meest complexe ecosystemen worden weggeveegd door winstbejag van de mens. Een groot probleem is ook hier dat een groot aantal dieren wordt gevangen die eigenlijk niet de bedoeling zijn. Een goed voorbeeld hiervan zijn de tonijnvissers. Hun vloten hebben geregeld te kampen met dolfijnen in hun netten. Ook met de behandeling van de vissen na de vangst hebben de leden van Animal Frontline een probleem.
Bulldozers van de zee worden ze genoemd. De drijvende visfabrieken die soms wel de grootte hebben van een voetbalveld, zijn uitgerust met geavanceerde radarapparatuur om de vis op te kunnen sporen, vissen de zeeën schoon leeg. Hun netten die kilometers lang zijn, vangen alles wat er in hun weg komt. De vissen als ze eenmaal gevangen zijn, worden nog urenlang in het net achter het schip aangesleept. Als ze eenmaal naar boven worden gesleept, worden veel vissen de dupe van het te snel ophalen vanuit een grote diepte. Hun zwemblaas knapt, ogen ploppen uit de oogkassen, en kan zelfs de maag via de mond naar buiten doen komen. Eenmaal aan boord worden de vissen gescheiden. De kleinere soorten worden gelijk op ijsscherven gegooid. Hier sterven ze een langzame verstikkingsdood, of worden doodgedrukt door de vissen die boven op hen worden gestapeld. De grotere vissen worden gesorteerd, door een ijzeren haak in ze te slaan, en dan op een grote hoop te slingeren, soort bij soort. Daarna worden de vissen opengesneden, wederom een langzame, pijnlijke dood. De rest van het gevangen spul (wat niet voor handel geschikt is) wordt met een schep of hooivork weer overboord geschept. Ook met het milieu nemen deze vissers het niet al te nauw. Per jaar worden 450,000 plastic containers, 26 miljoen kilo plastic verpakkings materiaal, en 149 miljoen kilo plastic visnet in zee gedumpt. De Nederlandse vloot hoort tot de modernste ter wereld. De vloot bestaat uit 878 kotters, 13 diepvriestrawlers en 77 mosselschepen. |